Ik voel, ik voel, wat jij niet ziet

Ik voel altijd enige aarzeling als ik iets schrijf over mijn gezondheid. Ik wil niet klagen, ik wil niet zielig zijn, ik zoek geen aandacht. Maar er zijn zo van die dagen dat de pijn de aandacht opeist en dat mijn glas niet halfvol is. Zo’n dagen waarop ik niet denk in mogelijkheden, maar in beperkingen. En dan denk ik toch eens: “F***, waarom moet mij dit nu overkomen?” Dat zijn momenten die doorgaans niet op Instagram verschijnen, want een foto van mezelf al Netflixend in mijn comfy pants met een zak chips erbij, tja, die wil niemand zien. En toch, toen ik afgelopen nacht zo omstreeks 4u15 alweer woelend wakker werd van de pijn, dacht ik bij mezelf dat ik met mijn verhaal misschien wel iemand een hart onder de riem kan steken. Dat die iemand weet: “Hé, ik ben niet alleen.” Of misschien ben je de partner, de ouder, het kind, de vriend, de collega,… van iemand met chronische pijn en geeft het je een aantal inzichten die je kunnen helpen om met de situatie om te gaan. Want ook voor jou is het niet altijd makkelijk, dat weet ik wel.


Ik deel deze keer graag met jou hoe ik de voorbije dagen heb beleefd. Eergisteren hadden we dagje uit naar Plopsaland gepland. Onze zoon van zes vraagt dit al zo lang en aangezien we tijdens de zomermaanden geen vakantie buitenshuis hebben gepland, proberen we hier en daar een daguitstap te doen. Bedenk eens even wat een dag pretpark met jou doet en hoe je je ’s avonds zou voelen. Moe? Misschien wat lastige benen van al dat geslenter? Een beetje tureluut van al die vrolijke muziekjes? Dat neem je er wel bij, want na een goeie nachtrust kan je er weer tegen. De dag voordien heb je misschien ook vanalles gedaan en ben je laat gaan slapen. En de dag na de uitstap naar het pretpark heb je een fietstocht gepland, ga je de garage opruimen en ’s avonds gaan jullie nog ergens een ijsje eten.


Bij mij gaat dit zo: al enkele dagen op voorhand word ik zenuwachtig, omdat ik weet wat een hele dag zonder rust met mijn lichaam doet. De dagen voordien mag ik niet te zot doen. Dat wil zeggen: de ene dag eens met de hond gaan wandelen, de andere dag een paar boodschappen doen of een uurtje of twee naar de speeltuin en tussendoor veel rust inbouwen en op tijd gaan slapen. Op de dag zelf ben ik eigenlijk al groggy wanneer we na een autorit van meer dan twee uur ter plaatse arriveren. Maar ik zie een blij kind en dat voedt mijn energie, dus ik bijt even op mijn tanden en hopsakee, ik doe maar mee.


Wanneer we rond 17u vertrekken en ik eigenlijk niet meer kan van de pijn, stel ik toch nog voor om even langs het strand te rijden. Want helemaal naar De Panne rijden en dan de zee niet zien, dat is geen optie. Ik heb zo’n deugd van de frisse zeelucht, mijn blote voeten in het zand en het koude zeewater, dat het even de aandacht afleidt van mijn lichaam. Daarna volgt er weer een autorit van anderhalf uur en tegen dat we thuis zijn, voel ik mij een vrouw van 80. Ik schuifel naar binnen, heb geen energie meer om te eten en ik sleep me naar boven om te beginnen aan een lange platte rust. De nacht die daarop volgt is bijzonder kort. Mijn rug doet pijn, mijn benen doen pijn en ik weet met mezelf geen blijf. Ik neem om de 4u medicatie, ook ’s nachts deze keer, maar dat lijkt deze keer niet veel te helpen.


’s Ochtends schuifel ik weer naar beneden. Mijn man ziet aan mijn gezicht en lichaamshouding hoe laat het is en neemt de hele dag de honneurs waar. Ik spendeer het grootste deel van de dag in bed en jaag bijna het hele seizoen 3 van GLOW er door. Intussen voel ik mij schuldig en voel ik me een slechte moeder, omdat mijn zoon meer tv mag kijken dan anders en omdat ik me niet op een bewuste en positieve manier met hem kan bezighouden. Mijn man gaat intussen twee keer naar het containerpark, gaat boodschappen doen en met de hond wandelen, speelt met Mats, bereidt het avondeten voor en brengt de zoon naar de voetbaltraining. Dat zijn de dagen dat ik vloek, omdat er iets mij is afgenomen. Dat zijn de dagen dat ik echt niet kan begrijpen waarom dit mij overkomt en dat ik toch enig zelfmedelijden voel. Wat ik eigenlijk niet wil, want er zijn mensen die veel ergere dingen meemaken en die toch positief in het leven blijven staan.


Ik ga ’s avonds slapen zonder dat ik ook maar iets nuttig of plezant heb gedaan. Mijn lichaam doet nog altijd pijn en ik heb rusteloze benen, omdat ik nauwelijks heb bewogen overdag. Te weinig beweging is dus ook niet goed. Na alweer een lastige nacht, ben ik vandaag weer ‘normaal’ opgestaan. Maar ik voel dat ik het nog rustig aan moet doen en dat ik niet overmoedig mag zijn. Mijn man en zoon gaan lunchen met mijn schoonouders en halen mijn pluszoon op. Ze maken er een tripje met de trein van. Ik vind dat ik mee moet gaan, want dat hoort zo. Ik besluit, op aandringen van mijn man overigens, om toch maar thuis te blijven en het toch maar kalm aan te doen. Ik heb nu tijd om te gaan wandelen met Billie in het groen en dat doet me veel deugd. Ik doe het rustig aan vandaag, zodat ik morgen misschien nog eens een uitstapje kan meedoen. We willen al zo lang naar Gent met de jongens. Zaterdag zal het dan weer de ‘ik moet het bekopen-dag’ zijn en dan kan ik hopelijk zondag nog een paar uurtjes naar het voetbaltornooi van de jongste gaan kijken. Dan zit mijn week vakantie erop.


“Is het dat dan waard?”, denk je misschien. Ja, toch wel. Wanneer ik later door de foto’s en herinneringen van die dag ga, dan zie het blije gezicht van Mats voor me. Dan voel ik terug zijn hartje kloppen van opwinding bij de afdaling met de boomstammetjes. Dan voel ik het zeewater en het zand aan mijn voeten. Maar de herinnering aan de pijn van die dag vervaagt. Ik moet mezelf en ook de mensen die ik liefheb veel ontzeggen, dus ik vind het belangrijk dat we af en toe toch dingen doen die andere gezinnen, kinderen, ouders, vrienden,… ook kunnen doen. Ook al moet ik dan over mijn grenzen gaan en het de dagen erna bekopen.

8 keer bekeken

© 2020 by flowfix | Proudly created with Wix.com | Privacyverklaring